Een neger, levend aan zijn ribben opgehangen, door Cristoforo dall'Acqua in Viaggio al Surinam, 1818. Vertaling van Narrative of a five years' expedition against the revolted Negroes of Surinam van John Gabriël Stedman uit 1796. Het boek - vooral door de illustraties aangrijpend - was belangrijk in de vroege fase van het abolitionisme. Bron: Wikipedia

Afschaffing van de slavernij

 

De belangrijkste themalijn op de wandeling – en ook de meest recente geschiedenis –  betreft toch de afschaffing van de slavernij. De personen en gebeurtenissen die hier beschreven worden stammen uit eind 18e tot aan het einde van de 19e eeuw.

Het is belangrijk in de gaten te houden dat de beëindiging van de handel in slaven en de afschaffing van de slavernij zelf op heel verschillende tijdstippen plaatsvonden. Vaak zaten er tientallen jaren tussen, ook bij een land als Engeland dat toonaangevend was in het streven naar abolitionisme.

Nederland schafte de handel in tot slaaf gemaakten af in 1806. Dit gebeurde niet uit vrije wil, maar werd opgelegd door Engeland. In deze tijd van Napoleontische oorlogen hield Engeland Suriname en Curaçao bezet, waardoor de maatregel van de afschaffing van slavenhandel ook gold voor de Nederlandse bezittingen. Zonder het Engelse ingrijpen zou het einde van de slavenhandel nog langer hebben geduurd.

In tegenstelling tot Engeland had Nederland geen sterke anti-slavernijbeweging. De slavernij speelde in het publieke debat nauwelijks een rol, omdat de bekendheid onder de burgers met slavernij gering was. Verder speelden de belangen van planters een rol in de overwegingen, maar ook de vraag hoe en wie de vrijmaking moest financieren. Het opheffen van slavernij betekende een groot financieel verlies voor de individuele slavenhouder, die hiervoor schadeloos gesteld moest worden. Het was in het politieke klimaat van destijds niet vanzelfsprekend dat de overheid, die besloot tot afschaffing, ook de kosten zou moeten dragen. De tot slaaf gemaakte vrouwen, mannen en kinderen zelf kregen echter geen schadevergoeding.

Op Java was de slavernij op Java in de 19e eeuw een aflopende zaak. Veel eigenaren hadden tot slaaf gemaakten de vrijheid gegeven. Er was voldoende lokale arbeid beschikbaar en deze was bovendien relatief goedkoop omdat men – in tegenstelling tot slaven – niet voor huisvesting en voedsel hoefde te zorgen. Voor Suriname lag dit anders, maar daar werd de slavernij een acuut probleem toen Engeland in 1834 alle slaven in buurland Brits Guyana de vrijheid gaf. De publieke opinie in Nederland werd actiever. In 1842 werd de Maatschappij tot Bevordering van de Afschaffing van Slaverij opgericht.

Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij af. In Suriname was de maatregel een compromis. Om de slaveneigenaren tegemoet te komen was besloten dat de slaaf gemaakten nog tien jaar onder staatstoezicht moesten werken om hun eigen vrijlating te betalen. In die periode zou de voormalige tot slaaf gemaakte moeten worden opgevoed tot het burgerschap, zo luidde de merkwaardige redenering. In feite gaf het de planters de gelegenheid op grote schaal arbeiders te ronselen in India en Indonesië.

Nederland was laat met de afschaffing van de slavernij. Engeland zette deze stap al in 1834, Frankrijk in 1848.

Meer informatie

Er is teveel geschreven over de afschaffing van slavernij om hier allemaal te vermelden. De belangrijkste bronnen zijn te vinden op Wikipedia onder de kop abolitionisme (slavernij).

Een belangrijke hulpbron is ook de site van NiNsee, een kenniscentrum ter bevordering van onderzoek naar en verspreiding van kennis en informatie over het Nederlandse slavernijverleden en de gevolgen daarvan voor de hedendaagse samenleving.

Afbeelding: Een neger, levend aan zijn ribben opgehangen, door Cristoforo dall’Acqua in Viaggio al Surinam, 1818. Vertaling van Narrative of a five years’ expedition against the revolted Negroes of Surinam van John Gabriël Stedman uit 1796. Het boek – vooral door de illustraties aangrijpend – was belangrijk in de vroege fase van het abolitionisme. Bron: Wikipedia