Zwarte aanwezigheid

Eduard Abrahamszn. van Akaboa leefde in de tweede helft van de 17e eeuw in de Drieharingsteeg. Als vrijgekochte slaaf werkte hij als zilversmid en wapengraveeerder. In het gildeboek van 1652 staat bij Eduwart Vos vermeldt: dit is een moor.

Er was in Utrecht vanouds al sprake van een ‘zwarte aanwezigheid’, hoe incidenteel dit ook voorkwam. De eerste persoon die als zodanig in de archieven opduikt is Eduard van Akaboa die in 1652 als leerling ingeschreven werd in het Utrechts zilversmedengilde. Zijn leeftijd was onbekend en ook weten we niet waar hij vandaan kwam, zeker is dat hij zich als vrij man vestigde in Utrecht. Net als later Lisette Wicky van Corivont en Henri Adams was Eduard van Akaboa vrijgemaakt of vrijgekocht.

Dit was lang niet altijd zo duidelijk. In de loop van de 17e en 18e eeuw kwamen  Sibilla van Batavia, Sitie, en Cervina van Moors als bedienden mee met hun eigenaren. Voor de wet waren zij vrij omdat slavernij in Nederland zelf niet toegestaan was, maar of zij vrij waren om het huishouden te verlaten is maar zeer de vraag. Vaak kregen zij bij het overlijden van hun oorspronkelijke eigenaar of eigenares de mogelijkheid om een zelfstandig leven te lijden. Er zijn veel variaties op deze verhalen, maar er is ook veel gelijkenis.